wetsvoorstel Rechtsvermoeden werknemerschap

De Tweede Kamer heeft recent een wetsvoorstel aangenomen dat stelt dat bij een uurtarief onder een bepaalde grens, vermoed wordt dat men in loondienst werkt.

Wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek

Het wetsvoorstel past het Burgerlijk Wetboek aan, zodat werkenden met een uurtarief van minder dan 38 euro (peildatum januari 2026) automatisch worden verondersteld ‘in dienst van’ een werkgever te zijn. Het bedrijf dat deze werkenden inhuurt, moet dan kunnen aantonen dat zij als zelfstandigen werken; anders is er sprake van een dienstverband.

Overgebleven deel van de Wet Vbar

Dit wetsvoorstel vormt het resterende deel van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (wet Vbar). Deze wet was ontworpen om de betekenis van ‘werken in dienst van’ in het Burgerlijk Wetboek verder te verduidelijken. In maart 2026 is echter het verduidelijkingsonderdeel geschrapt. Enkel het aspect dat werkenden met een specifiek uurtarief recht kunnen claimen op een rechtsvermoeden, blijft staan voor invoering in 2027.

Zelfstandigenwet gepland voor 2028

Daarnaast streeft de regering ernaar om duidelijkheid te bieden over wanneer iemand in dienst is via de Zelfstandigenwet. Het kabinet heeft beloofd voor het zomerreces meer informatie over dit voorstel te geven. Het is inmiddels duidelijk dat de handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid niet zal worden stopgezet. Ondanks verzoeken van ondernemers om dit te veranderen, heeft Minister van Aartsen aangegeven dat dit niet noodzakelijk is. Hij wil echter wel dat zzp’ers geen hoofdpijndossier meer zijn. Voor de zomer start er een overheidscampagne met de titel ‘Zo kan zzp wel’. Bovendien is aangekondigd dat de Zelfstandigenwet op zijn vroegst in 2028 zal worden ingevoerd.

Deadline HPV niet gehaald

Het oorspronkelijke wetsvoorstel Vbar maakt deel uit van de mijlpalen in het Herstel- en Veerkrachtplan (HPV-plan). De uitbetaling van grote bedragen is verbonden aan de invoering van wetgeving die werkenden meer zekerheid biedt. Aangezien de deadline voor de invoering van het verduidelijkingsdeel niet gehaald wordt, zijn er momenteel gesprekken gaande tussen de regering en de Europese Commissie. De uitkomst hiervan blijft nog onzeker.

 

MVJA SCHENKT AED AAN VOETBALVERENIGING ASV BLAUW-WIT

MVJA heeft recentelijk een AED geschonken aan voetbalvereniging ASV Blauw-Wit, wat een belangrijke stap is in het verhogen van de veiligheid binnen de vereniging. Een AED, of automatische externe defibrillator, is een levensreddend apparaat dat kan helpen bij hartstilstanden. De beschikbaarheid van een AED op de sportlocatie biedt niet alleen gemoedsrust aan spelers en supporters, maar kan ook cruciaal zijn tijdens wedstrijden en trainingen. 

Het gebaar van MVJA benadrukt het belang van samenwerking en zorg voor elkaar binnen de gemeenschap. ASV Blauw-Wit bestuurslid Peter Hoogland: "Het is fantastisch dat de AED belangeloos is gedoneerd door MVJA. Door het plaatsen van deze AED brengen we ASV Blauw-Wit weer een stapje verder en maken we het sporten op ons sportpark nog veiliger voor onze leden."

MVJA is trots op haar bijdrage aan deze prachtige en historische vereniging en zal zich te allen tijde blijven inzetten voor de maatschappij.

wat hr moet weten over vakantiegeld

Voor veel werknemers is vakantiegeld een financieel hoogtepunt. Voor werkgevers en HR-professionals ligt de focus echter op het correct toepassen van de wetgeving en arbeidsvoorwaarden. Kleine fouten in berekeningen of communicatie kunnen al snel tot vragen leiden. Hier zijn zes belangrijke punten om verrassingen te voorkomen.

1- Wettelijke verplichting van vakantiegeld  
Bijna alle werknemers hebben recht op vakantiegeld, dat minimaal 8% van het brutoloon bedraagt. Afwijkingen zijn alleen toegestaan als het totale loon boven het minimumloon ligt en het vakantiegeld daarin is inbegrepen.  

Het vakantiegeld moet in principe voor het einde van juni worden uitbetaald, maar veel werkgevers kiezen ervoor dit al in mei te doen. Het is toegestaan om afwijkende afspraken te maken, bijvoorbeeld bij maandelijkse uitbetalingen, zolang dit duidelijk is vastgelegd en gecommuniceerd.

2- Relevante looncomponenten 
De berekening van vakantiegeld omvat niet alleen het basissalaris, maar ook andere elementen zoals uitbetaalde vakantiedagen en structurele looncomponenten. Dit is waar vaak fouten optreden.

3- Verband tussen loon en vakantiegeld
Een belangrijke richtlijn is dat als er recht op loon bestaat, er ook vakantiegeld wordt opgebouwd. Dit betekent dat de opbouw doorgaans doorloopt tijdens betaald verlof. Bij onbetaald verlof kan dit anders zijn, dus let goed op de loondoorbetalingsverplichtingen en het type verlof.

4- Ziekte en bijzondere verlofgevallen  
Werknemers die ziek zijn, blijven vakantiedagen en vakantiegeld opbouwen zolang zij recht hebben op loon. Er zijn ook specifieke regels voor zwangerschaps- en geboorteverlof. Deze situaties leiden vaak tot vragen van werkgevers en medewerkers.

5- Einde van het dienstverband  
Bij het beëindigen van een dienstverband moet de opgebouwde vakantiebijslag pro rata worden uitbetaald. Deze betaling wordt gezien als loon, wat betekent dat er loonheffingen van toepassing zijn. Controleer ook of er nog openstaande vakantiedagen zijn die moeten worden uitbetaald, aangezien dit ook meetelt voor het loon en de vakantiebijslag. Voor meer informatie over vakantiegeld, raadpleeg Loon civiel.

6- Duidelijke Communicatie  
Veel vragen over vakantiegeld ontstaan door onduidelijkheid in plaats van door de wetgeving zelf. Vragen zoals "Wanneer wordt het uitbetaald?" of "Waarom is het bedrag anders dan vorig jaar?" kunnen voorkomen worden door heldere communicatie met werknemers.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.